
DoorBoris van Hemmen
Beleggen is risicovol. Sparen ook.
Sparen voelt veilig. Je saldo daalt nooit, je kunt er altijd bij en je slaapt er goed van. Beleggen voelt voor veel mensen als gokken: de ene dag sta je op winst, de volgende dag op verlies.
Toch klopt dat beeld niet. Wie belegt, kan geld verliezen. Wie spaart, verliest ook geld, alleen langzamer en zonder dat je het ziet. Er zijn drie soorten risico:
- Inflatierisico. Je vermogen krimpt door inflatie en belasting.
- Tijdelijk verlies. De koersen dalen en je hebt niet genoeg tijd om dat uit te zitten.
- Permanent verlies. Je verliest geld door fouten, van jezelf of van professionals.
In deze blog gaat het over de eerste twee. Het derde risico komt in de volgende stap aan bod.
Je vermogen krimpt als je niets doet
Beleggen is vooral op de korte termijn risicovol. Niet beleggen is dat op de lange termijn. Geld dat je jarenlang niet gebruikt, wordt elk jaar minder waard. Alles wordt duurder, en over je vermogen betaal je ook nog belasting. Dit jaar merk je daar weinig van. Over twintig jaar wel.

Om je vermogen na inflatie en belasting gelijk te houden, heb je zo'n 3 tot 4% rendement per jaar nodig. Met sparen haal je dat niet. Dat is niet om rijker te worden. Dat is om niet armer te worden.

Vergeet ook niet dat sparen een vorm van beleggen is. Een spaarrekening is een lening aan de bank, die je direct kunt opvragen, tegen een lage rente. Laag risico, laag rendement. En gaat de bank failliet, dan ben je je spaargeld kwijt, op het deel na dat de overheid garandeert.
Naast langer doorwerken of minder uitgeven is beleggen de enige manier om je vermogen te beschermen tegen inflatie. Mensen leven steeds langer en werken relatief gezien te kort om genoeg op te bouwen. Daarom beleggen alle pensioenfondsen. Zonder beleggen zou Nederland niet met pensioen kunnen.
Beleggen werkt omdat bedrijven geld aantrekken om er meer geld mee te maken. Daar deel je als belegger in. Dat betekent ook: als je niet gelooft dat bedrijven als groep op lange termijn winst maken, moet je niet gaan beleggen.
Aandelen en obligaties zijn de basis
Beleggen is tijdelijk afscheid nemen van je geld, in de verwachting dat je er meer voor terugkrijgt. De partij die jouw geld krijgt, verwacht er zelf ook meer mee te verdienen. Gemiddeld genomen is dat een win-winsituatie.
Met een aandeel word je mede-eigenaar van een bedrijf en deel je in de winst. Met een obligatie leen je geld uit aan een bedrijf of overheid en krijg je daar rente voor.
Waarom leveren aandelen meer op? Als mede-eigenaar deel je in alles wat het bedrijf verdient. Daar zit geen plafond op: groeit de winst, dan groeit jouw deel mee. Maar je deelt ook in de tegenvallers, en in het uiterste geval ben je je inleg kwijt. De geldschieter krijgt de afgesproken rente, niet meer, maar staat wel vooraan in de rij. Eerst wordt de rente betaald, wat overblijft is voor de eigenaar. Bij een faillissement worden eerst de obligaties afgelost, en wat dan nog over is gaat naar de aandeelhouders. Meer risico dus, en daarom ook meer verwacht rendement.
De basis is aandelen en obligaties. Daarnaast is er sparen: geld dat je direct kunt opvragen, tegen een lage rente.

Hoe meer risico, hoe meer rendement
Er zijn verschillende risicoprofielen, van defensief via neutraal naar offensief. Je kunt ze ook benoemen naar het deel aandelen: van 0 tot 100%. In de grafieken zie je zes portefeuilles, van Obligaties tot Index+ 100. Het getal is het percentage aandelen: Index+ 60 is 60% aandelen en 40% obligaties.
Hoe meer aandelen, hoe hoger het verwachte rendement. En hoe groter de schommelingen onderweg. Het een krijg je niet zonder het ander. Daarom is de verhouding tussen aandelen en obligaties de belangrijkste keuze die je maakt als je gaat beleggen. Belangrijker dan welk fonds of welk aandeel je kiest.
Beleggen is dus een afweging: koersrisico nu, tegenover minder vermogen door inflatie later. Wie dat koersrisico accepteert, krijgt er rente op rente voor terug. Het rendement van dit jaar gaat volgend jaar zelf ook renderen. Hoe langer je je geld niet nodig hebt, hoe groter dat effect. Er komt een moment dat je rendement hoger is dan je inleg.

Bron: Index+ portefeuilles, maandcijfers 1-2-1999 t/m 30-4-2026, vóór kosten.
25 jaar beurs, drie crises
De grafiek hieronder toont de vermogensontwikkeling van de verschillende profielen sinds 1999. Hoe langer de periode, hoe verder de lijnen uit elkaar lopen: meer aandelen leverde op den duur meer rendement op. Maar ook meer schommelingen onderweg. Je ziet drie crises voorbijkomen: de internetbubbel (2000-2003), de kredietcrisis (2008) en corona (2020). Bij elke crisis zakten de profielen met de meeste aandelen het diepst. En na elke crisis klommen ze er weer bovenuit.

Dat is geen toeval. De beurs stijgt op lange termijn omdat bedrijven als groep groeien en winst maken, ook als het nieuws slecht is. Warren Buffett vatte de twintigste eeuw zo samen:
“In the 20th century, the United States endured two world wars and other traumatic and expensive military conflicts; the Depression; a dozen or so recessions and financial panics; oil shocks; a flu epidemic; and the resignation of a disgraced president. Yet the Dow rose from 66 to 11,497.”
— Warren Buffett, New York Times, 2008
Hoeveel risico past bij jou?
Drie vragen bepalen welk profiel bij je past:
- Hoeveel risico heb je nodig? Dat volgt uit je getal uit stap 1: welk rendement heb je nodig om genoeg te hebben?
- Hoeveel risico kun je financieel dragen? Hoe lang kun je je geld missen?
- Hoeveel risico kun je emotioneel verdragen? Slaap je nog als je portefeuille 30% lager staat?
De laatste twee verschillen vaak. Je plan kan een daling prima aan, terwijl jij er wakker van ligt. Meestal is je emotionele grens de beperkende factor.
Kun je het slechtste jaar aan?
Wat je emotioneel aankunt, gaat over schommelingen. En die voel je het hardst over één jaar. Ga er dus van uit dat er een nieuwe crisis komt. Kun je het dan aan dat je portefeuille daalt zoals in het slechtste jaar hieronder? Index+ 100 zat in een jaar ergens tussen +73% en -40%. Bij Obligaties lag dat tussen +12% en -14%. Wie voor één jaar belegt, weet niet wat hij krijgt. Kort beleggen is gokken.

Toch is die beweging niet de vijand. In de beleggingswereld heet het volatiliteit, en vaak wordt het gelijkgesteld aan risico. Maar zonder koersbeweging is er geen rendement. Wie geen schommelingen accepteert, krijgt er ook niets voor terug.
Bovendien is tijdelijk verlies geen permanent verlies. De koers op de beurs is een prijs: wat beleggers er vandaag voor over hebben. Die prijs volgt het sentiment, en sentiment verandert met de dag. De onderliggende waarde verandert niet zo snel. Bedrijven die groeien en winst maken, worden niet op één dag tientallen procenten minder waard.
Vergelijk het met een huis dat je verhuurt. Dat voelt veiliger dan aandelen, want stenen zijn tastbaar. Maar vooral wordt je huis niet elke dag getaxeerd. Zolang de huur binnenkomt, maak je je geen zorgen over wat het vandaag waard is. Aandelen krijgen wel elke dag een prijs. Kijk er net zo naar als naar dat huis.
Word je toch ongelukkig van je beleggingen, dan voegt beleggen niets toe. Neem dan minder risico. Wil je goed eten of goed slapen? Dat blijft een persoonlijke afweging. Wat wel helpt, is weten. Niet weten is de bron van de meeste slapeloze nachten.
Tijd is je beste vriend
Kun je het slechtste jaar emotioneel aan, dan is de volgende vraag of je het financieel kunt dragen. Dat hangt af van tijd. Kijk je over vijftien jaar in plaats van één, dan ziet hetzelfde beeld er heel anders uit.

Over elke periode van vijftien jaar stond elk profiel in de plus, dicht bij het verwachte rendement. Zo verloopt het van één naar vijftien jaar: na vijf jaar wordt de band tussen beste en slechtste uitkomst al veel smaller, en na tien jaar staat geen enkel profiel meer in de min, ook niet in het slechtste scenario.

Neem Index+ 100. Het slechtste jaar was -39,8%. Over de slechtste periode van tien jaar was het rendement nog +1,9% per jaar, over de slechtste vijftien jaar +6,4% per jaar. Dat ligt al dicht bij de verwachte 10,4%.
Tijdelijk risico wordt pas permanent als je te vroeg moet verkopen, omdat je het geld nodig hebt. De vraag is dus niet alleen hoeveel risico je neemt. De vraag is ook hoeveel tijd je hebt. Eén voorwaarde: je moet die daling kunnen uitzitten.
Zo doen wij het
Het profiel volgt uit het financieel plan, of uit een grondige inventarisatie van de persoonlijke situatie en wensen. Niet uit een standaard vragenlijst. Eerst staat vast hoeveel rendement nodig is en hoe lang het geld gemist kan worden. Daarna volgt de mix. Belegd wordt alleen geld dat de komende jaren niet nodig is, zodat een daling altijd uit te zitten is.
Historische rendementen zijn geen garantie. Maar bedrijven als groep maken al meer dan honderd jaar winst, door oorlogen, crises en pandemieën heen. Geloof je dat dat doorgaat? Dan is de vraag niet óf je belegt. Alleen nog hoe.
De meeste beleggers proberen de beurs te voorspellen. In stap 3 ontdek je waarom dat niet werkt, en welke beleggingsstrategie dan wel.
Nieuwe inzichten in uw mail
Om de twee weken een wetenschappelijk inzicht over beleggen en uw vermogen. Zonder beurstips of ruis.
U kunt zich altijd met één klik uitschrijven.
Drs. Boris van Hemmen
Beleggingsspecialist en oprichter van Wealth360®. Adviseert particulieren, ondernemers en expats over beleggen op basis van wetenschappelijk onderzoek, en schreef het boek Alle beleggingsexperts zijn leugenaars.
Over ons ↗